DE HOND ======== De hond of canis familliaris is waarschijnlijk het oudste huisdier. Van de goede en nuttige eigenschappen die hij van zijn voorouder de wolf heeft geerfd, is hij bij veel mensen erg geliefd. In de loop der eeuwen zijn door gerichte fok en kunstmatige selectie talrijke rassen ontstaan, die elk om bepaalde eigenschappen worden gewaardeerd. GEDRAG ======= Volgens zijn sociaal instinct hecht de hond zich aan de mensen met wie hij samenleeft, hij gehoorzaamt zijn baas niet alleen, maar verdedigt hem ook. Uit gedragonderzoek is gebleken dat een hond de mens als medehond ziet en bijgevolg talrijke gedragingen vertoont tegenover zijn baas die honden en wolven onderling ook vertonen. Zo is bijvoorbeeld het "vreugdeplasje" van een jonge hond bij thuiskomst van de baas een normaal gedrag dat bij de begroetingsceremonie van de ouders hoort. De meeste honden blijven zich, ook als ze volwassen zijn, tegenover de mens gedragen als een jonge hond tegenover zijn ouders. Het gedrag berust op instincten en op ervaringen, binnen deze grenzen kan men zijn hond bepaalde zaken bijbrengen. Als roedeldier aanvaardt de hond de mens als leider en gehoorzaamt hem. RASSEN ======= Reeds in prehistorische tijden bestonden er verschillende honderassen. De circa 400 tegenwoordig bestaande rassen, die ten gevolge van een gerichte fok en kunstmatige selectie verkregen zijn, worden in een 10-tal groepen onderverdeeld. Van meer dan de helft van het aantal rassen zijn de kenmerken vastgelegd door de FEDERATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE OF DE INTERNATIONALE KYNOLOGISCHE FEDERATIE (= F.C.I.). De Beauceron behoort tot Groep 1: Herdershonden. B E R G E R D E B E A U C E O F B E A U C E R O N = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = HERKOMST ========= In Midden-Frankrijk bij herder en boer bekend als "Bas-Rouge" (=Roodkous). Deze Franse Herdershond is niet afkomstig uit de streek van Beauce,net zomin als de Briard afkomstig is uit Brie. Deze namen werden tegen het eind van de 19e eeuw bedacht om de twee typen Beauceron & Briard uit elkaar te houden. Beide honden stammen volgens sommigen mogelijk zelfs af van ??n en hetzelfde oude ras van herdershonden uit de vlakkere gebieden van Frankrijk. In 1809 beschreef priester Rozier in zijn boek "Cours d`Agriculture": "In vlakke, braakliggende gebieden en het onbeboste heuvelland wordt gedurende de dag voor het werk met de schaapskudden de Briard ingezet. In meer beboste gebieden en het steilere en dicht met kreupelhout begroeide bergland, en voor de bewaking gedurende de nacht (dus eigenlijk op alle plaatsen en tijden waarop de vraatzuchtige wolf kan toeslaan) brengen de herders meer robuuste verdedigers bij de Briards, waakhonden van een stoer slag. Een goede waakhond is levendig, stoutmoedig en in staat een wolf aan te vallen en te verscheuren." De priester vervolgt zijn verhaal met een nauwkeurige beschrijving van de honden die de voorouders moeten zijn geweest van de hedendaagse Beauceron: "Deze eigenschappen zijn aan te treffen in waakhonden met een stevig en dicht ingeplante vacht, met zwarte ogen, zwarte neus, sterk hoofd, breed front, krachtige hals en sterke benen. De training van deze hond is niet hetzelfde als van de Briard. Hij moet leren het gevecht aan te willen gaan". Zo hadden dis in die tijd de herders en veefokkers twee geheel verschillende hondetypen gecreëerd: de één helemaal gericht op het drijven, de ander op het bewaken en verdediging van de kudden. Op de eerste Franse hondententoonstelling in 1863 te Parijs, was er sprake van twee uiteenlopende herdershonden. De variëteit die het grootste aantal inschrijvingen omvat, bestaat uit honden van een grote maat, met rechte oren, die een zwart met rode vacht hebben. Deze honden lijken in alle opzichten op de wolven die ze moeten leren te bevechten. Twee inschrijvingen vertegenwoordigen een variëteit met een griffon- of barbetachtig uiterlijk. Het gaat hier beslist over de Briard. Dit onderscheid tussen de Briard en de "andere hond" die niet met name wordt genoemd maar waarbij het ongetwijfeld over de Beauceron gaat, werd 20 jaar later weer aan de orde gesteld. Ditmaal door Pierre Mégnin in zijn boek "Le Chien, histoire, hygiene, médicine." Naast de Briard noemde Mégnin een andere vari?teit herdershond. In het nummer van 4 maart 1888 van het Frans agrarisch tijdschrift: "L`Eleveur", wordt voor het eerst de naam "Chien de Beauce" gebruikt. Om duidelijk het verschil aan te geven: Chien de Beauce voor het oude type herdershond, met kortbehaarde poten en hoofd, terwijl het lichaam lang behaard is. "Chien de Brie" voor de hond met het behaarde hoofd en de volledige vacht. In 1896 wordt Cornevin`s rasbeschrijvingsboek uitgegeven waarin de Franse herdershonden niet worden vergeten. In datzelfde jaar werd tijdens een vergadering officieel de namen "Chien de berger de Beauce" voor de kortharige en "Chien de berger de Brie" voor de langharige vastgesteld. Aangenomen kan worden dat de naam "Bas-Rouge" voor de hond die wij als Beauceron kennen veel ouder is dan de officiële benaming Chien de Berger de Beauce. Het staat vast dat de Beauceron een oorspronkelijk ras is: geen ras dat is ontstaan uit andere rassen. Het jaar daarop werd met steun van het ministerie van landbouw de Franse Herdershondenclub opgericht, waarna de eerste standaard van de Beauceron werd opgesteld. De standaard bleek een even lange als ingewikkelde beschrijving van deze hond, en verschilde wat dat betreft weinig met de standaard zoals die tegenwoordig wordt gehanteerd. Net als vandaag de dag zijn de normen die in een standaard worden vastgelegd nooit onomstreden. Binnen een jaar verzetten een 20-tal fokkers en liefhebbers zich openlijk tegen de standaard van 1897, met name op punten van lengte, structuur en kleur van de vacht, maar vooral op grond van de voorgeschreven schouderhoogte. Door de oprichting van de Association des Amis de Beauceron in 1911 konden de tegenstellingen worden bijgelegd, en werd de ontwikkeling naar de moderne Beauceron in gang gezet. Deze herdershond moest vanaf dat moment een korte vacht hebben en tamelijk maar niet overdreven groot zijn. De gerichte fokkerij kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog tot stilstand. Wel bewees de Beauceron in de strijd goede diensten als ijlbode, schildwacht, op patrouille, in de aanval, als speurhond en zelfs als rodekruishond. In 1920 werden de activiteiten hervat en werd een nieuwe standaard opgesteld. Deze werd het jaar daarna aangenomen en vormt nog steeds de grondslag van de huidige standaard. Het ras groeide sindsdien in kwaliteit en in aantallen honden. Deze voormalige wolvejager en bewaker van schaapskudden heeft zich kunnen omscholen tot waak- en verdedigingshond, een rol die hij met veel talent vervult. Na een overgangsperiode waarin het nogal stil was rond de Beauceron, wordt zijn naam weer veel genoemd, maar nu als winnaar van waak- en verdedigingshondenwedstrijden. Deze successen hangen nauw samen met zijn belangrijkste eigenschappen: hij is e v e n w i c h t i g , m o e d i g e n o n g e k u n s t e l d . GEDRAG ======= Herdershondenrassen die nog niet te ver afstaan van de honden die echt hebben gewerkt, of die nog steeds bij de kudden zijn te vinden, hebben vaak nog de eigenschappen die voor het hoeden noodzakelijk waren. Dat geldt ook voor de Beauceron. Hij is geduldig, betrouwbaar, hardnekkig in zijn werk en alles behalve een salonhond of een "held op sokken". Toch gaat er onder het ruige, onrustbarende uiterlijk een sociale en nieuwsgierige hond schuil, die niet uitzonderlijk wantrouwig is en die zich niets aantrekt van zaken die hem niet direct aangaan en storen. Zoals alle echte herdershonden bezit hij een natuurlijke onafhankelijkheid, ook al is hij volkomen aan zijn baas verknocht. De Beauceron respecteert niet zo maar iedereen. Wie gezag over hem wil uitoefenen, zal dat eerst moeten verdienen, en dit geldt misschien nog meer voor de Beauceron dan voor andere honden, dat het beslist noodzakelijk is te beschikken over inzicht of ervaring hoe met deze hond moet worden omgegaan. Zonder een uiterst consequent en subtiel evenwicht tussen oprechte genegenheid en een zeker doortastend optreden, valt er over deze hond niet de baas te spelen. De Beauceron is intelligent en beschikt over een geheugen dat hem niet in de steek laat. Domme dwang zal hij nooit accepteren. Kan hij echter waardering voor zijn baas opbrengen, dan zal hij zonder enige aarzeling de moeilijkste opgaven tot een goed einde brengen, alleen maar om zijn baas een plezier te doen. Herders en veedrijvers vertrouwden de Bas-Rouge hun hoeven en kudden toe. De Beauceron is een geboren bewaker en verdediger, en het loopt slecht af met degene die zich ongenood op zijn territorium waagt. Zijn bouw, kracht en afmetingen maken hem tot een zeer doeltreffende, grimmige en indrukwekkende waakhond. In de verzorging stelt hij weinig eisen, zolang hij maar een comfortabele slaapplaats heeft. Maar omdat hij een forse hond is, stelt hij op voedingsgebied wel de nodige eisen. De Beauceron deelt graag in het bestaan van de menselijke groep. Net als alle herdershonden is hij van nature gewend in nauw contact met de mens op te trekken. Ten opzichte van kleinere kinderen stelt hij zich voorzichtig en gereserveerd op. De indruk een levend stuk speelgoed te zijn wekt hij toch al niet, waardoor de relatie tussen kind en hond vaak wat afstandelijk is. Voor oudere kinderen is de Beauceron echter een uitstekende kameraad, als ze hebben begrepen dat een hond geen speelgoed is maar een wezen met een eigen persoonlijkheid en wil.